Wespendief boven de Veluwe

Wie ik ben

Ik ben de wespendief – Pernis apivorus.
Mijn vleugels snijden stil door de lucht boven de Veluwe. Ik kom van ver – uit tropisch Afrika – om hier, in de uitgestrekte bossen, mijn nest te bouwen. Mijn naam is misleidend: ik jaag niet op wespen, maar op hun larven, diep verborgen in oude bosbodems. Mijn leven is verweven met dat van bossen, insecten, stilte en seizoenen.Ik ben opgenomen in bijlage I van de Vogelrichtlijn. Mijn bescherming is niet optioneel, maar een verplichting. Mijn populatie is klein, kwetsbaar en lokaal gebonden. En de Veluwe is een van mijn laatste bolwerken in Nederland.

Mijn rol in het ecosysteem

Ik ben een sleutelsoort in het bosrijke ecosysteem van de Veluwe. Mijn dieet – vooral bestaande uit larven van wespen en bijen – helpt plagen van sociale insecten in toom te houden, zonder het evenwicht te verstoren. Zo houd ik de balans tussen soorten scherp, zonder roofzucht. Als gespecialiseerde predator ben ik een indicator voor biodiversiteit: ik heb uitgestrekte, rustige leefgebieden nodig, met voldoende insectenrijkdom en oude bomen voor mijn nesten. Als ik verdwijn, is dat een teken dat het systeem verschraalt – dat de voedselketen onder druk staat, dat de stilte wijkt. Mijn aanwezigheid betekent samenhang: tussen bos en open plek, tussen insect en roofvogel, tussen leven op de grond en in de lucht.

Mijn waarde voor mens en klimaat

Ik leef van larven in oude wespennesten, diep onder het bladerdek. Daarmee help ik populaties insecten in evenwicht te houden. Mijn aanwezigheid wijst op een gezond, soortenrijk bos – rijk aan voedsel, variatie, rust. Waar ik broed, functioneren bodem, boom en biodiversiteit als geheel. Mijn soort is niet dominant, maar verbonden. Als schakel in het web van leven draag ik bij aan ecosysteemdiensten waar ook mensen op vertrouwen: bestuiving, plaagbeheersing, kringlopen.

Als ik verdwijn, is dat een teken dat het bos zijn balans verliest – en daarmee ook de diensten die de mens nodig heeft om te leven.

Wat mij bedreigt

Mijn kwetsbaarheid zit niet in één specifieke ruimtelijke ingreep, maar in het opstapelen van ingrepen. Die druk komt zelden uit één hoek: het is meestal de optelsom van alles wat mensen in het landschap veranderen, beheren, gebruiken of toevoegen. Een pad dat wordt verbreed, een bosrand die open wordt gemaakt, extra licht in de nacht, herhaald geluid door de lucht, een periode van grondwerk of intensief beheer. Elk op zichzelf kan klein lijken.
Samen kunnen ze mijn wereld onbewoonbaar maken, juist omdat mijn broeden leunt op rust en voorspelbaarheid

Op de Veluwe is bovendien zichtbaar hoe stil een populatie kan instorten. In een meerjarige monitoring (2017-2022) werden territoria gevolgd in drie deelgebieden; het broedsucces bleek laag en wisselend. In veel territoria kwam het niet tot het grootbrengen van onze jongen. Dat is de manier waarop ik kan verdwijnen terwijl je denkt dat ik er nog ben.

En dan is er mijn voedselbasis. Ik leef van een insectenketen die gevoelig is voor verdroging, verschraling, verstoring en vervuiling. Als er jarenlang “magere wespenjaren” zijn, raakt dat direct mijn broeden. Een landschap kan er groen uitzien en toch leeg worden onder het bladerdek.

Wat vergeten WORDT

Mensen noemen mij een roofvogel en denken dan aan prooien die je ziet. Maar mijn fundament is grotendeels onzichtbaar: bodemleven, insecten, microklimaat, rust. Wie alleen kijkt naar hectaren bos of naar de kaartlaag “natuur”, mist waar mijn bestaan werkelijk aan hangt. En wie alleen per project kijkt, mist de optelsom: de verstoring die zich opstapelt in tijd, in ruimte en in seizoenen.

Wat ik vraag

Ik vraag om ruimtelijke besluiten die uitgaan van het ecosysteem, niet van losse project-plannen. Ik vraag om zones waar rust écht rust is, en om beheer dat oud bos, bosranden en bodemleven niet telkens opnieuw openbreekt. Ik vraag om duisternis waar duisternis hoort. Om een Veluwe waar geluid en beweging niet overal normaal worden.

Als je iets wilt veranderen in mijn omgeving, toets dan niet alleen of het “mag”, maar of het mijn keten heel laat: nestplek, rust, voedselbasis en veilige routes tussen bos en foerageergebied. En kijk niet alleen naar vandaag, maar ook naar de cumulatie van morgen.

Mijn stem

Ik ben geen luid protest. Ik ben een stille grens.
Waar ik kan blijven, is er nog samenhang.
Waar ik verdwijn, verdwijnt vaak eerst de bodem, dan de insecten, dan de vogel. En pas veel later het besef.

Juridisch kader

Ik ben de wespendief (Pernis apivorus), een Bijlage I-soort van de Vogelrichtlijn (2009/147/EG). Dat betekent dat lidstaten op grond van artikel 4 verplicht zijn om voor mijn leefgebieden bijzondere beschermingsmaatregelen te nemen (o.a. via aanwijzing en beheer van geschikte gebieden, en het voorkomen van habitatverslechtering en verstoring).  

Wanneer een plan of project (alleen of in cumulatie) significante effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied, geldt het regime van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn (Passende Beoordeling/Appropriate Assessment). Het Holohan-arrest bevestigt dat een passende beoordeling niet selectief mag zijn: zij moet de relevante effecten in beeld brengen in het licht van de instandhoudingsdoelen, óók waar effecten (bijvoorbeeld via verstoring of aantasting van functionele leefgebied-elementen) zich buiten een begrenzing voordoen maar wél doorwerken op de Natura 2000-doelen. De Europese Commissie heeft dit beoordelingskader uitgewerkt in de methodologische guidance 2021/C 437/01.  

In Nederland is de soortenbescherming voor vogels sinds 1 januari 2024 ingebed in de Omgevingswet. Voor activiteiten die vogels opzettelijk doden of vangen, nesten/rustplaatsen/eieren beschadigen of vernielen, of vogels opzettelijk storen, kan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig zijn (afhankelijk van de activiteit en het effect, met eventuele vrijstellingen).

Ik val als soort onder Bijlage I van de Vogelrichtlijn. Op grond van artikel 4, lid 1 van die richtlijn, zijn lidstaten verplicht om bijzondere beschermingsmaatregelen te nemen voor de instandhouding van leefgebieden van deze soorten, ook buiten Natura 2000-gebieden. Sinds het Holohan-arrest (HvJ EU, C-461/17) en recente HRA-richtsnoeren (april 2025) mag geen relevante soort óf functionele habitat-element buiten de Passende Beoordeling worden gehouden. Zeker niet als het plan langdurige verstoring voorziet, zoals behoefte 44 in het Ontwerp-NPRD. De recente uitspraak van Rechtbank Den Haag (Greenpeace v. State, 22 jan. 2025) onderstreept dat zelfs stikstof gerelateerde of fysieke verslechtering van habitats juridisch verboden is – een precedent dat ook bodem-, geluids- en lichtschade door militaire activiteiten onder het NPRD onacceptabel maakt.

Bronnen

Soort, ecologie, verspreiding

  • Natura2000.nl – Profiel A072 Wespendief (Pernis apivorus) (Vogelrichtlijn Bijlage I; instandhoudingsdoelen per gebied).  
  • Natura2000.nl – Soortprofiel-PDF A072 Wespendief (achtergrond/kennisbasis).  
  • Sovon – Bouwsteen A072 Wespendief broedvogel (versie oktober 2024).  
  • BIJ12 – Kennisdocumenten soorten (platform met provinciaal vastgestelde kennisdocumenten; zoek daar het kennisdocument Wespendief 2020).  

Effecten van verstoring (relevant voor ruimtelijke ingrepen)

  • Reijnen, Veenbaas & Foppen (1995) – Predicting the effects of motorway traffic on breeding bird populations.  
  • Reijnen, Foppen & Veenbaas (1997) – Disturbance by traffic of breeding birds: evaluation of the effect and considerations in planning and managing road corridors (Biodiversity and Conservation).  
  • PAS Gebiedsanalyse 057 Veluwe (15-12-2017).  

Juridisch (EU)

  • Vogelrichtlijn 2009/147/EG – artikel 4 (en Bijlage I; geconsolideerde tekst).  
  • HvJ EU – C-461/17 (Holohan), arrest van 7 november 2018 (ECLI:EU:C:2018:883).  
  • Europese Commissie – 2021/C 437/01: Methodologische guidance artikel 6(3) en 6(4) Habitatrichtlijn.  

Juridisch (NL, Omgevingswet)

  • IPLO – Vergunningplicht flora- en fauna-activiteit met gevolgen voor vogels (Omgevingswet).  
  • Vogelbescherming – Uitleg soortenbescherming vogels onder de Omgevingswet (vanaf 1 januari 2024).  

Rechtspraak NL (context stikstof/verslechtering)

  • Rechtbank Den Haag – ECLI:NL:RBDHA:2025:578 (22 januari 2025, Greenpeace/Staat).

Bekijk andere soorten