Rode lijst

  • Witsnuitlibel

    Ik ben een vlinderachtige jager van de lucht, klein van stuk, maar van groot belang. Mijn naam verraadt mijn uiterlijk.

  • Kraanvogel

    Ik ben een icoon van de wildernis, groot en statig. Mijn roep draagt over kilometers, mijn dans markeert mijn band met het landschap.

  • Kommavlinder

    Mijn vleugels flitsen koperkleurig boven de heide. Ik leef in zonbeschenen hoekjes waar gras kort is, de bodem schraal, het zand warm.

  • Heidekartelblad

    Ik verschijn laat in het jaar, wanneer anderen al uitgebloeid zijn. Ik ben een halfparasiet, ik leef van, maar ook samen met mijn buren in het heischraal grasland.

  • Haas

    Mijn familie leeft al generaties lang in de open heide-velden, graslanden en bosranden van dit uitgestrekte gebied. Onze poten maken paden die geen kaart kent.

  • Nachtpauwoog

    Mijn vleugels dragen ogen, mijn vlucht is zeldzaam. Ik verschijn in de schemering, in het vroege voorjaar, waar heide en struweel elkaar raken.

  • Zandloopkever

    Ik ben een zandloopkever, een snelle jager van open zandige vlaktes. Mijn glanzende schild schittert in het zonlicht terwijl ik mijn leefgebied doorkruis.

  • Draaihals

    Mijn naam klinkt vreemd, maar ik ben een kleine, schuwe spechtensoort met een bijzondere gave: als ik bedreigd word, draai ik mijn hals en lijf in kronkels om vijanden te verwarren.

  • Adder

    Ik laat mij zelden zien, en alleen als ik de rust voel om te verschijnen.Ik heb veilige schuilplaatsen nodig, het hele jaar door.

  • Grauwe klauwier

    Mijn thuis is het mozaïek van heide, struweel, braamranden en open graslanden op de Veluwe. Op de Veluwe vind ik wat ik nodig heb.