Grote Weerschijnvlinder

Wie ik ben

Ik ben een Grote weerschijnvlinder (Apatura iris). Mijn vleugels dragen een blauw-paarse glans die je alleen ziet vanuit de juiste hoek. Ik leef hoog, in de kruinen van oudere loofbossen waar vocht en structuur nog aanwezig zijn. Mijn rupsen groeien op wilgen, vooral boswilg en soms grauwe wilg. Ik ben plaatsgetrouw. Waar ik vlieg, is het bos niet “netjes”, maar levend.

Mijn rol in het ecosysteem

Ik ben geen soort die je overal langs bloemen vindt. Ik leef van wat een bos zelf voortbrengt: sappen, honingdauw, soms mineralen uit mest of kadavers. Ik beweeg door de ruimte tussen kroon en ondergroei, langs bospaden en open plekken. Als ik kan blijven, zegt dat iets over continuïteit: over bomen die oud mogen worden, over randen die niet worden gladgeschoren, over vocht dat niet wegloopt.

Mijn waarde voor mens en klimaat

Ik ben verwondering in beweging. Niet omdat ik decor ben, maar omdat ik laat zien wat je anders mist: bos dat meer is dan houtproductie. Mijn aanwezigheid vraagt om geduld: ruimte voor structuur, voor schaduw én licht, voor vochtige overgangen. Dat zijn precies de kwaliteiten die een landschap veerkracht geven wanneer droogte en hitte toenemen.

Wat mij bedreigt

Wat mij bedreigt is het verlies van structuur en samenhang. Als oudere, vochtige loofbossen versnipperen of verdrogen, als wilgen in halfschaduw verdwijnen, of als open plekken en bospadranden dichtgroeien of juist “opgeruimd” worden, raakt mijn cyclus. Ik heb zon nodig op de juiste plekken, schaduw op de juiste plekken, en vocht dat blijft. Niet één ingreep, maar de optelsom maakt mij zeldzaam.

Wat vergeten WORDT

Ik ben vaak boven jullie hoofden. Mijn afwezigheid in een inventarisatie betekent niet dat ik er niet ben; het betekent vaak dat er niet op de juiste manier en in de juiste tijd is gekeken. En ik leef niet in één “vakje” op de kaart: ik heb een netwerk nodig van bos, randen, paden, open plekken en wilgenclusters. Als je alleen losse snippers beoordeelt, verlies je het geheel waar ik op leun.

Wat ik vraag

Ik vraag dat je mijn bos als systeem ziet. Houd oudere, vochtige loofbossen intact. Laat wilgen op beschutte plekken staan, juist waar zon en halfschaduw elkaar raken. Behoud bospaden, bosranden en open plekken zónder ze te “verarmen”: niet dicht laten groeien, maar ook niet kapot beheren. En toets ingrepen niet alleen op wat direct verdwijnt, maar op wat aan verbinding en vochtbalans weglekt. 

Mijn stem

Ik ben geen roeper. Ik glans, verschijn, verdwijn weer in het bladerdak. Maar als ik stil wegval, is dat zelden toeval. Dan is er iets veranderd in het bos dat je niet meteen ziet: minder vocht, minder structuur, minder geduld.

Juridisch kader

Ik sta als Grote weerschijnvlinder in bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): een soort van nationaal belang.  

Dat betekent: als een ingreep mij of mijn voortplantings- en leefgebied kan schaden, kan sprake zijn van een vergunningplichtige flora- en fauna-activiteit en gelden beoordelingsregels onder het Bkl.  

En waar plannen Natura 2000-waarden kunnen raken, moet de beoordeling volledig en onderbouwd zijn; relevante onderdelen van het systeem mogen niet “buiten beeld” vallen.

Bronnen

  • De Vlinderstichting – soortinformatie Grote weerschijnvlinders (habitat, waardplant, gedrag)
  • Nederlands Soortenregister – Apatura iris (vliegtijd, overwintering)
  • Rode Lijst Dagvlinders 2019 (basisrapport; trend en statusontwikkeling)
  • Bal bijlage IX – vermelding “Grote weerschijnvlinder”
  • IPLO – soorten van nationaal belang (bijlage IX Bal)
  • IPLO – vergunningplicht soorten Bal + beoordelingsregels (Bel art. 8.74I)
  • Europese Commissie – methodologische guidance passende beoordeling (2021/C 437/01)
  • Holohan (C0461/17) – reikwijdte van de beoordeling onder art. 6(3) Habitatrichtlijn

Bekijk andere soorten