WIE IK BEN
Ik heb ruimte nodig. Geen hokje op een kaart, maar verbinding tussen leefgebieden. Mijn oude routes – van voedsel naar rustplek, van winter- naar zomerterrein – worden doorkruist door wegen, hekken en steeds intensiever gebruik van het landschap. Activiteiten met veel lawaai, licht en onrust verstoren mijn ritme. In de bronst raak ik mijn focus kwijt, hindes worden opgejaagd, kalveren raken gescheiden. Wat voor mensen vaak “tijdelijk” lijkt, wordt voor mij een structureel verlies aan rust en veilige ruimte.
MIJN ROL IN HET ECOSYSTEEM
Ik ben een grote grazer. Ik vorm vegetaties, creëer open plekken, en help jonge bomen het licht te zien door anderen te begrenzen. Ik voed roofdieren en aaseters, verspreid zaden in mijn vacht en mest. Door te bewegen, houd ik het landschap levend – van bosrand tot waterplas. Maar dat kan alleen als ik ruimte houd om te trekken.
MIJN WAARDE VOOR MENS EN KLIMAAT
Ik spreek tot de verbeelding. Ik leef in sprookjes en wandelverhalen, op schilderijen en infopanelen. Mijn silhouet markeert een landschap dat nog wild mag zijn. Waar ik besta, voelen mensen verbondenheid met iets dat groter is dan zijzelf. Mijn aanwezigheid is geen luxe, maar een belofte van samenhang – tussen soorten, en tussen mens en natuur.
WAT MIJ BEDREIGT
Ik heb ruimte nodig. Geen hokje op een kaart, maar verbinding tussen leefgebieden. Mijn oude routes – van voedsel naar rustplek, van winter- naar zomerterrein – worden doorkruist door wegen, hekken, en nu ook oefenterreinen. Militaire oefeningen met lawaai, licht en beweging verstoren mijn ritme. Harde geluiden en plotselinge bewegingen boven mijn hoofd verstoren mijn bronst, hindes raken hun kalveren kwijt. Wat voor Defensie een tijdelijk gebruik is, betekent voor mij blijvend verlies van rust.
WAT VERGETEN WORDT
Ik ben wettelijk niet “zeldzaam”, maar ecologisch onmisbaar. Mijn verdwijnen is geen individuele kwestie: ik ben verweven met bosranden, open plekken, voedselketens en de samenhang van het landschap. Toch worden in plannen en effectstudies mijn routes, rustplekken en verstoringsgevoelige perioden vaak niet gebiedsspecifiek meegenomen. Wie alleen naar oppervlakken en gemiddelden kijkt, mist wat voor mij het verschil maakt: rust, donkerte, samenhang en doorgangen.
WAT IK VRAAG
Ik vraag dat mijn trekroutes en rustgebieden zichtbaar worden gemaakt en als harde randvoorwaarde worden meegenomen in ruimtelijke keuzes. Dat bronsttijd en kalfseizoen serieus worden gewogen bij planning en uitvoering van werkzaamheden en intensieve activiteiten. Dat cumulatieve effecten van geluid, licht, versnippering en verstoring niet worden weggeschreven als “beperkt”, maar gebiedsspecifiek worden onderbouwd. En dat waar Natura 2000-doelen of aangewezen natuurwaarden kunnen worden geraakt, de beoordeling compleet en toetsbaar is.
MIJN STEM
Ik burl niet voor beleid. Maar ik besta. En waar ik besta, is het stil genoeg voor echo’s, donker genoeg voor sterren, rijk genoeg voor verhoudingen. Als ik blijf, blijft er grootsheid. Niet om naar te kijken – maar om in te leven.
JURIDISCH KADER
Onder de Omgevingswet vallen werkzaamheden die soorten in het wild kunnen raken onder de regels voor de flora- en fauna-activiteit. Het edelhert is daarbij een soort van nationaal belang die is opgenomen in Bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor deze groep soorten geldt dat onder meer het opzettelijk doden of vangen, en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, vergunningplichtig kan zijn (art. 11.54 Bal; IPLO-toelichting).
Daarnaast geldt: als plannen of projecten (ook in cumulatie) mogelijk significante effecten hebben op een Natura 2000-gebied, is een Passende Beoordeling vereist op grond van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn. Het Holohan-arrestbevestigt dat zo’n beoordeling niet selectief mag zijn, maar alle aspecten moet meenemen die het gebied in het licht van de instandhoudingsdoelen kunnen raken. De Europese Commissie heeft dit kader uitgewerkt in haar methodologische guidance 2021/C 437/01
BRONNEN
Ecologie, verspreiding, samenhang en beheer
- Nederlandsesoorten.nl – Edelhert (Cervus elaphus) (basisinformatie en wetgevingsverwijzingen).
- Zoogdiervereniging (Dekker & Groot Bruinderink, 2010) – Effecten van populatiebeheer op gedrag van ree, damhert, edelhert en wild zwijn (rapport).
- Alterra/WUR (Groot Bruinderink e.a., 2008) – Monitoringsplan ontsnippering Hart van de Veluwe (ecologische verbindingen/ontsnippering).
- BIJ12 / WUR-rapport (2016) – Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen (Alterra-rapport 2724; basiskaart genetische patronen).
- PAS Gebiedsanalyse Veluwe (2017).
Juridisch (NL: Omgevingswet / Bal)
- IPLO – Vergunningplicht flora- en fauna-activiteit voor soorten van het Bal (art. 11.54; schadelijke handelingen incl. doden/vangen en rust-/voortplantingsplaatsen).
- IPLO – Soorten van nationaal belang (Bijlage IX Bal).
- BIJ12 (Bruinderink, 2022) – Onderzoek populatiebeheer 2022 (uitleg vergunningplicht edelhert onder Omgevingswet/Bal).
- Wetten.nl – Besluit activiteiten leefomgeving (Bijlage IX).
Juridisch (EU: Natura 2000 / passende beoordeling)
- HvJ EU C-461/17 (Holohan), uitspraak 7 november 2018 (EUR-Lex).
- Europese Commissie – Methodologische guidance Passende Beoordeling 2021/C 437/01 (OJ C 437/2021).
