Hoeders van de Veluwe

Over toekomstige generaties als juridisch en moreel argument

De mensen die de gevolgen dragen van de keuzes die wij nu maken, zitten niet aan tafel. Kinderen die nu leven. Mensen die nog geboren moeten worden. En alle niet-menselijke soorten die geen stem hebben in de besluitvorming. Hoe geven we hen een plek in de afwegingen die er nu toe doen?

Een vraag om mee te beginnen

Stel je voor dat je over twintig jaar over de Veluwe loopt. Wat tref je aan? Zijn de heidevelden nog open? Stroomt het water nog helder door de beken? Leven de edelherten nog in kuddes die de bosranden bewegen? Is de nachtzwaluw teruggekeerd uit Afrika om hier te broeden?

Of is het voller geworden. Drukker. Meer versnipperd. Die vraag is niet retorisch. Het is een vraag die we kunnen beantwoorden, maar alleen als we hem nu stellen. Want de besluiten die we vandaag nemen over stikstof, militair gebruik, woningbouw en recreatie, bepalen de Veluwe van 2045. Onomkeerbaar.

Wie draagt de gevolgen?

Er is iets merkwaardigs aan de manier waarop we ruimtelijke besluiten nemen. We wegen belangen af. Van omwonenden, van bedrijven, van gemeenten, van natuur- en milieuorganisaties. We houden inspraakavonden. We schrijven milieueffectrapportages. We doorlopen procedures.

Maar de mensen die de langste gevolgen dragen van die besluiten, zitten zelden aan tafel. Kinderen van nu, die over twintig jaar hier wonen en werken. Mensen die nog niet geboren zijn. Generaties die de keuzes van vandaag niet konden beïnvloeden, maar er wel mee moeten leven.

En dan zijn er de niet-menselijke bewoners van het ecosysteem: de soorten die geen inspraak hebben, geen zienswijze kunnen indienen, geen advocaat kunnen inschakelen. De nachtzwaluw die elk voorjaar terugkeert. De mycorrhiza in de bodem die generaties lang heeft gefunctioneerd. De wolf die langzaam zijn plek hervindt. Zij stemmen niet. Zij zijn er gewoon. En wat wij besluiten, bepaalt of ze er over twintig jaar nog zijn.

Het VN-Kinderrechtenverdrag als juridisch haakje

Er is een verdrag dat dit probleem erkent, al wordt het zelden zo gelezen. Artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK) stelt: bij maatregelen betreffende kinderen vormt het belang van het kind een eerste overweging. Niet een overweging naast andere. Een eerste overweging. Het verdrag is in Nederland van kracht. Het geldt voor wetgeving, voor beleid, voor bestuurlijke besluiten. En hoewel het primair geschreven is voor directe beslissingen over kinderen, onderwijs, zorg, bescherming, groeit de juridische discussie over de reikwijdte. Want een ruimtelijk besluit dat de leefomgeving van kinderen voor de komende vijftig jaar bepaalt, is ook een maatregel die hen betreft.

Als een gemeente besluit om een ecologische verbinding door te snijden voor een bedrijventerrein, draagt de volgende generatie de gevolgen. Als een nationaal programma militaire uitbreiding mogelijk maakt op de Veluwe zonder de cumulatieve effecten op het ecosysteem te berekenen, is dat een besluit met onomkeerbare consequenties voor iedereen die hier na ons leeft.

Het is een vraag die juristen en rechters steeds vaker stellen: wat betekent het belang van toekomstige generaties als juridisch principe? Hoe weeg je belangen mee van mensen die nog niet aan tafel zitten en misschien nog niet eens bestaan?

De homo ecologicus

Er is een begrip dat we bij Hoeders van de Veluwe graag gebruiken: de homo ecologicus. Het staat tegenover de homo economicus: het beeld van de mens als rationele, op eigenbelang gerichte actor. 

De homo ecologicus herkent zichzelf als onderdeel van een groter systeem. Niet als eigenaar van de natuur, maar als erfgenaam en hoeder. Niet als iemand die de aarde beheert, maar als iemand die er deel van uitmaakt.

Dat is geen romantisch ideaal. Het is een andere manier van redeneren over verantwoordelijkheid.

Als je jezelf ziet als hoeder, verandert de vraag die je stelt bij een ruimtelijk besluit. Niet alleen: wat levert dit op? Maar ook: wat laten we na? Niet alleen: wat willen wij nu? Maar ook: wat hebben de generaties na ons nodig?

Onomkeerbare besluiten

Het woord waar we steeds terugkomen is: onomkeerbaar.

Een ecologische verbinding die wordt doorgesneden, herstelt zich niet als de volgende generatie aan de macht is. Een grondwaterstand die tientallen jaren lang te laag is geweest, herstelt het heidelandschap niet vanzelf. Een soort die uit een gebied verdwijnt, keert niet terug omdat wij dat later graag hadden gewild.

Dit is precies waarom het voorzorgsbeginsel in het Europese milieurecht zo belangrijk is: juist als we niet zeker weten hoe groot de schade is, vraagt dat om terughoudendheid. Het principe erkent dat sommige beslissingen niet te repareren zijn en dat die asymmetrie vraagt om terughoudendheid en bescherming. Toekomstige generaties kunnen geen beroep instellen. Ze kunnen geen bezwaar maken. Ze kunnen alleen leven met wat wij nalaten.

Niet-menselijke soorten als deel van hetzelfde verhaal

Het argument voor toekomstige generaties en het argument voor niet-menselijke soorten zijn niet los van elkaar. Een kind dat over twintig jaar op de Veluwe wandelt, is afhankelijk van hetzelfde ecosysteem als de draaihals, de kamsalamander en de grote sponszwam. Schoon water. Gezonde bodem. Biodiversiteit die de veerkracht van het systeem garandeert. Stilte die herstel mogelijk maakt.

Als we die elementen nu weggeven voor korte termijn gebruik, dan geven we ze weg voor iedereen die na ons komt. Mens en niet-mens. Dat is waarom Hoeders van de Veluwe beide perspectieven combineert: de stem van het nog-niet-geboren kind én de stem van de kraanvogel. Niet omdat dat poëtisch is, maar omdat het ecologisch en juridisch coherent is. Ze zijn afhankelijk van hetzelfde systeem. Ze verdienen allebei een plek in de afweging.

Wat kunnen we doen?

De vraag is niet alleen filosofisch. Ze heeft praktische consequenties. In besluitvormingsprocessen kunnen toekomstige generaties worden vertegenwoordigd, via ombudspersonen, via wettelijke verplichtingen om langetermijneffecten mee te wegen, via het IVRK als toetsingskader bij ruimtelijke plannen. In Wales bestaat al een Commissaris voor Toekomstige Generaties die bij wetgeving en beleid de belangen van toekomstige generaties bewaakt. In Finland is langetermijndenken verankerd in de parlementaire procedure.

In Nederland zijn die instrumenten er nog niet, of niet sterk genoeg. Maar de vraag wordt gesteld. Door juristen, door beleidsmakers, door initiatieven als Hoeders van de Veluwe.

Wij dienen zienswijzen in namens soorten en laten hun stem horen. We brengen het perspectief van toekomstige generaties in als juridisch en moreel argument. We stellen vragen die in de huidige procedure niet worden gesteld. We weten niet zeker wat de toekomst nodig heeft. Maar we weten dat wat we nu vernietigen, niet meer te herstellen is.

Wat zou jij nalaten?

We sluiten graag af met de vraag: Wat zou jij de Veluwe van de toekomst willen nalaten? 

Niet als politicus die denkt in termijnen van vier jaar. Niet als projectontwikkelaar die denkt aan rendementen. Maar als iemand die hier leeft, van dit landschap houdt, en weet dat de keuzes van nu de wereld van straks bepalen. Voor de mensen die na ons komen. En voor alles wat hier al generaties leeft en bij ons hoort.

Meer over onze zienswijzen namens soorten en toekomstige generaties, lees je hier.

Lees meer