Wie ik ben
Ik ben een ruige dwergvleermuis – Pipistrellus nathusii.
Ik ben een nachtreiziger. In het donker steek ik landen over, volg ik rivieroevers, bosranden, stilte. Mijn vleugels wegen minder dan een veertje, mijn stem is onhoorbaar voor mensen. Toch leef ik naast jullie, tussen bomen, boven vennen, onder daken. Soms maar één nacht – onderweg naar ergens anders.
Ik ben strikt beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Mijn verblijf, mijn rust, mijn routes – alles is beschermd. Niet omdat ik zeldzaam ben, maar omdat ik anders onzichtbaar zou verdwijnen.
Mijn rol in het ecosysteem
Ik ben een reiziger van de schemering. Als trekvleermuis verbind ik Noord en Zuid, voorjaar en najaar, bos en rivier. Onderweg jaag ik op muggen, motten en dansmuggen, en help zo om insectenpopulaties in evenwicht te houden. Mijn aanwezigheid wijst op rust, duisternis en schone lucht – voorwaarden die ook voor andere soorten cruciaal zijn. Ik rust in boomholtes en jacht boven open water en bosranden. Daarmee ben ik een schakel tussen ecosystemen. Waar ik vlieg, leeft de nacht; waar ik verdwijn, blijft het stil en uit balans.
Mijn waarde voor mens en klimaat
Ik eet muggen. Duizenden per nacht. Ik houd insectenpopulaties in evenwicht, ook die ziektes verspreiden of overlast geven. Mijn aanwezigheid betekent dat het donker nog donker is. Dat de nacht nog leeft. Ik verbind bossen met water, landbouwgrond met natuur. Ik ben een stille bondgenoot van de menselijke gezondheid.
Wat mij bedreigt
Menselijke ingrepen raken mij vooral op één punt: de nacht. Licht dat blijft branden, routes die doorsneden worden, bomen met holtes die verdwijnen, kieren en zolders die worden afgesloten, water- en bosranden die “opgeruimd” worden. Ik verlies mijn oriëntatie niet in theorie, maar in praktijk: één felle lichtlijn kan een vliegroute breken. En als verstoring zich herhaalt, verdwijnt mijn jachtgebied uit de lucht. Onderweg, zonder ophef.
Wat vergeten WORDT
De nacht is óók leefgebied. Niet alleen de plek waar ik slaap, maar de route ertussen: langs bosranden, boven water, over open plekken. In veel plannen en effectstudies wordt vooral gekeken naar wat overdag zichtbaar is: bomen, gebouwen, paden. Maar ik leef in verbindingen die je pas ziet als je ze meet. En juist bij mijn trek, in nazomer en herfst, kan een korte piek van licht en gebruik op de verkeerde plek een hele corridor onbruikbaar maken.
Mijn stem
Ik ben een ruige dwergvleermuis. Ik vlieg stil. Maar wat ik nodig heb, is ruimte. Donkerte. En rust. Zodat de nacht niet alleen een leegte is – maar een levende wereld waarin ook ik besta.
Wat ik vraag
Ik vraag dat je mijn verblijfplaatsen én mijn routes serieus neemt als onderdeel van het ontwerp. Breng rustplaatsen, jachtgebieden en verbindingen in kaart vóór je ingrijpt, en voorkom nieuwe permanente lichtlijnen langs bosranden en water. Plan intensieve werkzaamheden en nachtelijk gebruik zo dat je mijn trekperiodes niet “raakt” met structurele verstoring, en monitor zodat je kunt bijsturen als ik uit het gebied wegtrek.
Juridisch kader
Ik ben een strikt beschermde soort onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV). Dat werkt in Nederland door via de Omgevingswet en de regels voor de flora- en fauna-activiteit. Voor mij betekent dat onder meer: verboden op opzettelijke verstoring en op het beschadigen/vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen; voor ingrepen die dat risico wél hebben kan een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig zijn.
Als plannen daarnaast effecten kunnen hebben op Natura 2000, moet de beoordeling volledig zijn en mag je relevante effecten niet buiten beeld laten; dat volgt uit jurisprudentie (o.a. Holohan) en uit de actuele methodologische richtsnoeren voor artikel 6(3)/(4) Habitatrichtlijn.
Bronnen
- BIJ12 – Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (versie 2.0, 2024)
- BIJ12 – Juridisch kader kennisdocumenten 2.0 (Omgevingswet/Wnb-overgang en systematiek)
- IPLO – Vergunningsplicht flora- en fauna-activiteit voor Habitatrichtlijnsoorten (uitleg vergunningsplicht)
- Omgevingsdienst Haaglanden – besluit met toepassing Bal art. 11.46 voor o.a. ruige dwergvleermuis (praktijkvoorbeeld soortbescherming / verboden handelingen).
- RWS – Migratieperioden van de ruige dwergvleermuis in Nederland (2018)
- Zoogdiervereniging – onderzoek effecten van (vleermuisvriendelijke) verlichting (Zevenaar, 2014)
- HvJ EU C-461/17 Holohan (7 nov 2018)
- Europese Commissie – Methodologische richtsnoeren art. 6(3)/(4) Habitatrichtlijn 2021/C 437/01
